Loopsheid, prikpil of castratie?

Normaliter treedt twee keer per jaar bij de teef een eirijping op. De tijd tussen de ene en de andere rijping, noem je de ovulatiecyclus. De hypofyse (hersenaanhangsel, gelegen in het :"Turkse zadel" = uitholling van het wiggebeen) heeft een grote invloed op deze cyclus. Onder invloed van het F.S.H. (Follikel Stimulerend Hormoon; zet eierstokken aan tot vorming van rijpe follikels met rijpe eicellen en bij mannelijke dieren bevordert het de produktie van zaadcellen) begint twee keer per jaar de rijping van de eicel. Reeds in een heel vroeg stadium hebben er zich allerlei delingen afgespeeld, zodat alle toekomstige eicellen zich al in primitieve vorm in het ovarium (eierstok) bevinden in het volwassen stadium van het dier.

Als de eicellen vrij in de buikholte komen (tot max. 20 stuks) noemen we dit ovulatie. De ovulatie van de hond gaat gepaard met bloedingen. Dit is voor het grootste deel te wijten aan de sterk opgezwollen vulva, waaraan je tevens de loopsheid van de teef kunt constateren, en een lichte bloeding bij de ovulatie. De rode afscheiding duurt plusminus 10 dagen. Dan herstelt de vulva zich weer, waardoor er een witte afscheiding zichtbaar wordt, deze witte afscheiding duurt zo'n 6 dagen. Tussen de 10e en 13e dag is de teef het meest vruchtbaar en laat zij de reu toe. Wordt de teef niet gedekt, dan kan zij eventueel na zo'n 9 weken te kampen hebben met schijnzwangerschap. Bij sommige teven houdt dit in, dat zij tijdelijk wat gedragsafwijkingen gaan vertonen, zoals agressie, nestdrang, janken, etc. Dit kan uiteraard problemen opleveren voor de directe omgeving en men gaat dan naarstig op zoek naar alternatieven om van de loopsheid en eventuele schijnzwangerschappen verlost te zijn.

De prikpil
Door middel van een injectie worden zwangerschapshormonen toegediend, die ervoor zorgen dat er geen loopsheid optreedt.

De nadelen zijn:
- vergrote kans op een baarmoederontsteking.
- vergrote kans op tumoren van het melkklierweefsel (mammatumoren).
- aanleg om dik te worden (vergrote eetlust).
- karakter en temperament kunnen veranderen.
- er kunnen huidklachten ontstaan en tevens kan de beharing anders worden.
- het is af te raden om te fokken met een teef die de prikpil heeft gehad.

Castratie
Onder castratie bij teven verstaat men het langs chirurgische weg verwijderen van de eierstokken en de baarmoeder. Ten onrechte wordt door de meeste mensen castratie veelal sterilisatie genoemd, maar dit is niet juist. Met steriliseren wordt de passage door de eileider onmogelijk gemaakt, maar worden er geen geslachtsorganen verwijderd.

De voordelen zijn:
- geen loopsheid meer.
- geen problemen rond schijnzwangerschap

De nadelen zijn:
- de kans om wat dikker te worden.
- eventuele huid- en vachtproblemen.
- urineverlies (incontinentie).

Met name incontinentie komt nogal eens bij de Dobermann(teef) voor na castratie. Helaas hoor je maar al te vaak dat de eigenaar van tevoren niet goed geïnformeerd is door de behandelend dierenarts, omtrent de eventuele nadelen van castratie. Dit is natuurlijk heel vervelend, want vaak blijkt op den duur dat incontinentie bij de hond meer irritatie opwekt bij de eigenaar dan de loopsheid. Bovendien is het voor de hond in kwestie uitermate vervelend, want het vervuilen van 'het eigen nest' druist tegen de natuur van het beestje in. Kortom, het middel kan in dit geval erger dan de kwaal zijn.

Het beste is dat u de zaken goed tegen elkaar afweegt, alvorens u besluit om uw teefje te laten castreren. Dat bespaart u en uw hond veel irritaties. Indien het leven van uw hond in gevaar is als zij niet gecastreerd zou worden, heeft u natuurlijk geen keuze, maar dat spreekt vanzelf. Heeft u een hond met incontinentie en wilt u dit liever homeopatisch behandelen, dan zijn er een aantal homeopatische middelen die u kunt uitproberen. Hiervoor kunt u contact met mij opnemen.

Heeft u andere vragen over dit of een ander onderwerp, dan kunt u mij ook bellen en ik zal u graag te woord staan. Hilga Kruize, Veterinair Homeopaath, tel. 0251-213498

bron: de Dobermannvriend, 60e jaargang nr. 4 - April 1996